Definitie

Status:Onbekend

dinsdag

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Modern lemma: dinsdag
— dingsdag, dijssendag, disendag enz., znw. m. Middelnederlands dinxdach, dinsendach, disendach enz.,

Prov. Antwerpen: destag, dingsdag (zou ook als dinxdach kunnen geschreven worden)
Brugs: diessendag
Hageland: dijstag
Maasland; daesdig/deensdig
West-Vlaanderen: disendag

Voorbeelden

Ik had dijstendag vijfendertig mattentaarten besteld, en woensdag lagen ze al klaar!

Toegevoegd door steven_VI - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 10 Aug 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025