driekoningenzanger

Zelfstandig naamwoord m.; ~s
Definitie

Status:Standaard Belgisch-Nederlands

kind dat rond de periode van 6 januari driekoningen gaat zingen

Opm: de traditie driekoningenzingen bestaat in NL, maar de termdriekoningenzanger(s) wordt daar niet gebezigd.

Voorbeelden

Driekoningenzangertjes in Glabbeek zamelen geld in voor feestmaaltijden voor daklozen (vrt.be)

Mijn kerstboom wordt vandaag door de Chiro opgehaald voor een feestelijke verbranding. Ik heb mijn laatste Belgische centen aan driekoningenzangers weggegeven. (standaard.be)

Heel wat driekoningenzangers trokken donderdag van deur tot deur voor snoep of geld. Dat was ook in Balen het geval. (gva.be)

De vormelingen, als driekoningenzangers, gingen door de kou langs de deuren in Sente. (kerknet.be)

Toegevoegd door Georges Grootjans

Gepubliceerd op 06 Jan 2026 Laatst bijgewerkt op 06 Jan 2026