Terug naar vorige pagina
Definitie

Status:Onbekend

  1. er is iets gaande, er gaat iets gebeuren, iets is nog niet gedaan, het is nog niet voorbij
  2. in beweging zijn

zie ook wiggel, in de ~ houden, wiggeling, in de ~ zijn, wiggel, iem. aan de ~ houden, wiggelen, wiggel, in de ~ houden

WNT: Wiggel, het wiggelen, het heen en weer gaan. Steeds in verb. in eenige nuances. [Gewestelijk]

In, aan, op den wiggel zijn, blijven, bezig, in de weer zijn, blijven.
Iem. aan den wiggel houden, iem. bezig houden, inz. in den zin van: iem. aan het lijntje houden; met looze beloften paaien.
In den wiggel zijn, op handen, op til zijn; staan te gebeuren.

Voorbeelden
  1. Van die terreur zijn we nog niet van af, er is nog altijd iet in de wiggel.

  2. Hebt ge het wasmachien aangezet? Het is precies niet in de wiggel.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 07 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025