Terug naar vorige pagina

wiggel, iem. aan de ~ houden

uitdr.
Definitie

Status:Onbekend

iemand bezig houden

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Wiggel, het wiggelen, het heen en weer gaan. Steeds in verb. in eenige nuances. [Gewestelijk].

In, aan, op den wiggel zijn, blijven, bezig, in de weer zijn, blijven.
(Iem.) aan den wiggel houden, (iem.) bezig houden, inz. in den zin van: (iem.) aan het lijntje houden; met looze beloften paaien.
In den wiggel zijn, op handen, op til zijn; staan te gebeuren.

zie ook: wiggel, in de ~ houden, wiggeling, in de ~ zijn, wiggelen

Voorbeelden

Ons dochterke van 11 maanden houdt ons van 's morgens tot 's avonds aan de wiggel.

Toegevoegd door ekkikke - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 06 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025