Definitie

Status:Onbekend

(verouderd)

van het goede ras of van hetzelfde ras zijn
zie ook aartsoen, aartjoen

Woordenboek der Nederlandsche Taal: artsoen
In het Westvlaams ook a(a)rtjoen (Schuermans 1865-1870; De Bo 1873). Het heeft daar ook pregnante bet.: van 't artsoen of artjoen wordt gebezigd in den zin van: van het goede — of van hetzelfde ras (De Bo 1873).
Kiliaan: aerdsoen

Voorbeelden

"Die tarwe is van een goed artsoen. Een slecht artsoen van boonen." De Bo (1873)

"Dat is en vies artsoen van volk, van meschen."

"Hij is van 't artsoen (hij is van 't ras, hij is van 't bloed, hij heeft denzelfden aard als zijne ouders)." De Bo

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 30 Sep 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025