Definitie

Status:Onbekend

(verouderd) soort, aard

zie ook aartjoen, artsoen

Woordenboek der Nederlandsche Taal: aartsoen:

  1. Aard, slag, soort. Nog in het westvlaamsch (De Bo 1873).
    Door v ledicheyt alle dinck te quist gaet Ghy sijt een slecke van luyen aertsoene, Antw. Sp. 252 (1562)
  2. Als collectivum: de menschen van een bepaalde soort. Vervolgens ook: iemand van een ongunstige soort. Niet meer in gebruik.
Voorbeelden

"Die tarwe is van een goed artsoen" De Bo (1873)

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 10 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025