Definitie

Status:Onbekend

rilling, bibbering, huivering

Woordenboek der Nederlandsche Taal:
Rij(d)ering, Middelnederlands rideringhe (koorts), rilling, siddering, huivering

  • ”Rijderinghe. Tremor, horror”, Kiliaan, (1599)-
  • ”'t Gedacht alleen daer van, doet een op-mercker de hayren te bergen staen, en een rijeringh door de beenen schieten”, De Brune (1658).

zie ook rijeren

Voorbeelden

Hij was zonder frak gaan wandelen en het duurde niet lang of hij had rijeringen van de kou.

Ze had rijeringen van de koorts.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 27 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025