Definitie

Status:Onbekend

onderweg zijn, op weg zijn;
is niet helemaal hetzelfde als schok, op ~ zijn

vnw: op trot zijn: op pad zijn, op weg zijn

zie ook: triem

< Frans: trotter, trot (draf van een paard)

Voorbeelden

"Op trot met een hoop appelen voor de dag van het personeel van ACV-Openbare Diensten Mechelen.." (openbarediensten.acv.be)

"Op trot voor God. Twintig Vlaamse missionarissen (m/v)" (titel van een boek van Bernard Henry (2004))

Als ge 'nen helen dag op trot zijt geweest, dan doet het wel eens goed om te gaan zitten en een koffie te kunnen drinken.

Toegevoegd door haloewie - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 19 Jun 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025