Definitie

Status:Onbekend

op stap zijn, op de baan, op weg zijn van huis, op uitstap zijn

vnw: op schok gaan/zijn: aan de zwier gaan/zijn

zie ook: voyage, op ~ gaan,
radaille, op ~ zijn,
bratsen

vergelijk: trot, op ~ zijn

Voorbeelden

We zijn weer eens op schok.

"Kendall Jenner op schok met 2 vriendinnen en transparant topje" (hln.be)

Als ge al 'nen helen dag op schok zijt, dan zult ge wel blij zijn met een zitje en een pintje.

Ze gaat op schok met Paul Herijgers en de tafelgasten en volgt het programma ook achter de schermen. (vrt.be)

Kandidates Miss België op schok met Herman De Croo in Kamer en Senaat (demorgen.be)

Vier dagen gaat Lybaert op schok met zijn gasten. Alles doen ze in en naast de bus. (standaard.be)

Toegevoegd door pieternelleke - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 01 Mar 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025