piesen

onoverg. of overg. werkw.
Definitie

Status:Onbekend

urineren

(ietwat) beschaafdere variant van pissen, maar minder beschaafd dan plassen
Zie F. Debrandere, 1999. Kortrijks Woordenboek, Kortrijk: De Leigegouw, s.v. pissen:
"Pissen ?pis?n / ?p?s?n, ww. Wateren, urineren, plassen. De tweede uitspraak (pissen dus--noot van B.C.) gold in beschaafde gezinnen als gemeen. Thuis mochten we die niet gebruiken."

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Bijvorm van Pissen; zie dus verder aldaar: het algemeene gebruik; piesen is vooral in de kindertaal gewoon, maar wordt ook in de spreektaal gebruikt en is in sommige streken de gewone vorm van het woord.

Van Dale 2013 online: volkstaal

Voorbeelden

Hij staat te piesen tegen de muur.

[Achter] dat ik rooie bieten gegeten heb, is 't gelijk of dat ik bloed pies. Of bloed kak. 't Ziet alleszins rood in de pot.

Toegevoegd door Bert Cappelle - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 25 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025