Definitie

Status:Onbekend

  1. losbol, lichtjes op zijn kop gevallen niet ernstig te nemen persoon
  2. kwibus, kwiet, kwiebel, kwieten, gek persoon
    soms ook bistenkwiebel

Woordenboek der Nederlandsche Taal ([wnt]): kwistenbijbel
Uit Westvlaams kwiste `ruzie' en bijbel (?): (West-Vlaanderen) Ruziezoeker.
Van de Vyvere bekeek hem eens, als wou hij zeggen: ”Hela, kwistenbiebel, braaf zijn, hein! Of anders …” En De Jaegere was braaf, en bij de naamafroeping stemde hij, de eerste van de heele kamer: Jaaa! De West-Vlaming 6 Dec. 1930

Voorbeelden
  1. Zie die kwistenbiebel daar nu eens bezig! Hij is bezig de straat proper te maken met handborstel en vuilblik.

  2. Hela kwistenbiebel, ge houdt het schilderij op zijne kop!

Toegevoegd door la_rog - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 20 Sep 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025