Definitie

Status:Onbekend

  1. heel zout: 'zo zout als brak' (in deze uitdrukking ook gebruikt in Antwerpen stad)
  2. zuur, uitdr.: brak, zo zuur als ~.
  3. goor
  4. zoet: zie zo zoet als brak
Voorbeelden
  1. Dat water van de patatten is precies brak. Hoeveel zout hebt ge erin gedaan?

  2. Kapt (kappen) die pap maar weg, die is brak.

  3. Dat afwaswater is brak, laat maar proper water lopen voor de potten af te wassen.

De aquarium van dien ouwe veva moet dringend ververst worden. Het water is brak geworden. Ge ziet de vissen amper zwemmen.

andere betekenis van brak

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025