uitslippen ww. slipte uit, uitgeslipt
uitglijden, wegglijden, er onder door slippen
contaminatie van uitglijden en slippen!
zie ook slieren, slijderen, uitslieren, gletsen, [slibberen], uitslippen
uitglijden, wegglijden, er onder door slippen
contaminatie van uitglijden en slippen!
zie ook slieren, slijderen, uitslieren, gletsen, [slibberen], uitslippen
Uitslippen: met de ene vinger over de andere wrijven en daarbij debiteren: "Slip, slip, slipt 'em uit!" om iemand in een vernederende...