slieren

ww. slierde, heeft geslierd
Definitie

glijden

< Middelnederlands: 'slideren' , onder invloed van 'sleuren'.

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Glijden

  • Op ijs of sneeuw. In dit gebruik in Holland niet gewoon.
  • Glijdende danspassen doen, dansen. In Zuid-Nederland.

West-Vlaanderen: sleren

zie ook slijderen, uitslieren, slierbaan

Voorbeelden

Het is gevaarlijk op het ijs, want ge kunt beginnen slieren.

Hij (liep) graag in het spichtig Decembergras of slierde op het oneffen ijs van de goot aan den zijgevel, (DE VOS, Vl. Jong. 1879)

...zoo gauw was 't gedaan om voort te slieren in de dronkene voldaanheid —: 't was zijn eigen bruiloft dat hij vierde! STIJN STREUVELS, Minneh. (1903)

Toegevoegd door aliekens - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 07 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025