scheel het ~, -en
deksel voor pot of pan
Van Dale: (1401-1450) samentrekking van schedel
Woordenboek der Nederlandsche Taal: Middelnederlands scedel, deksel, Nog in zuidelijke dialecten....
deksel voor pot of pan
Van Dale: (1401-1450) samentrekking van schedel
Woordenboek der Nederlandsche Taal: Middelnederlands scedel, deksel, Nog in zuidelijke dialecten....
bovenste ooglid, oogscheel
Woordenboek der Nederlandsche Taal: Ooglid, lid (t.w. van het oog). Nog in zuidelijke dialecten.
klankbekken als instrument aan een drummstel
handcimbaal
Woordenboek der Nederlandsche Taal: Bekken als muziekinstrument. [Gewestelijk] in Zuid-Nederland (Cornelissen-Vervliet)
(afkeurend) gezegd over iets wat in de weg ligt of loopt, de goedkeuring niet kan wegdragen, onverwacht slecht uitdraait, ineens opduikt...
zie...