de koekappel, -en of -s zst.nw.
Een afgevallen appel die gebruikt wordt om appelspijs voor vlaaien mee te maken.
Woordenboek der Nederlandsche Taal:
groote witachtige appel, ook weitebrood geheeten.
Dirkappelen …,...
Op basis van de suggestie ingestuurd door Vlaams Woordenboek
de ~, (m.), ~s
Een lomperik of een simpele ziel
< verbastering van koekkapper
Woordenboek der Nederlandsche Taal: koekkapper
onhandig persoon, prutser
< Koekkappen (Kuipers, Corn.-Vervliet, Joos (1900-1904), Teirl.)...
Op basis van de suggestie ingestuurd door Vlaams Woordenboek
Helpende handen gezocht!!
Goesting om een handje toe te steken bij het Vlaams Woordenboek? We zijn op zoek naar taalgevoelige vrijwilligers die de inhoud van deze site mee naar een hoger niveau willen tillen.