Definitie

Status:Onbekend

  • slecht werk leveren, knoeien, er niet aan uit kunnen.
  • prutsen, onbelangrijke klusjes doen
  • onrustig liggen, heen en weer bewegen

Etymologie: frequentatief van wroeten

zie ook: wroetelaar

Voorbeelden
  • Hoe hebt gij dat hier in elkaar gewroeteld? Trekt op niks!
  • Ben je daar nu nog aan het wroetelen? Wanneer is't gedaan?
  • "Wat licht ghy in uw' bedt en wroetelt gh'lijck de seughen?" - uit 'De Spreeck-woorden van Salomon in Dicht verlicht', J van der Cruycen, 1687

Toegevoegd door dsa - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 05 Jul 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025