Definitie

Status:Onbekend

zn. fluweel,
bn. vloeren, fluwelen, floeren

< Frans velours

Woordenboek der Nederlandsche Taal, bij velours: In Z.-Nederl. reeds eerder ontleend in de vormen floes en floer ”fluweel”, doch meestal floers geschreven. Hiernaast, door hernieuwd contact met het franse woord, in Zuid-Nederl. ook veloers (De la Porte (1659)), en de afl. veloeren

West-Vl. pane

Voorbeelden

De zware gordijnen en de zetels in een theater zijn traditioneel van rooie v(e)loer.

De Gène was glazenmaker en droeg een bruin, geribbelde vloeren vest en broek.

Toegevoegd door haloewie - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 17 Aug 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025