Definitie
  1. wordt gebruikt om een persoon aan te duiden die aan extreme magerzucht lijdt. Bij lichtgewicht babies spreekt men van "een vernepelingsken"
  2. klein mager persoon
  3. armzalig voedsel

vnw: onvolgroeid, ziekelijk persoon, sukkelaar

zie ook vernepen

Voorbeelden
  1. Aan onze Jan zijn liefke hangt er niks aan, zo'n vernepeling.
  2. Onze Wout was een klein vernepelingske dat 3 weken in de couveuse moest blijven.
  3. Die abrikozen zijn maar schrale vernepelingskes.

De Geverniste Vernepelingskes is een Vlaamse satirische stripreeks, geschreven door Urbanus en getekend door Jan Bosschaert.

demorgen.be: En toch zijn deze Belgische wezen geen te beklagen 'vernepelinkskes'. Die Belgische wezen trekken namelijk zeer goed hun plan. Het gaat - u heeft het al geraden - om de federale culturele instellingen.

Toegevoegd door Titipoes - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 01 Aug 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025