Definitie

Een overvloed van iets hebben, zoveel dat het hinderlijk wordt.

WNT: Het voltooid deelwoord van vergoren als bnw. gebruikt. Gewestelijk in Vlaams-België.
–3. In verschillende oneigenlijke verbindingen.
a. Vergoord zijn, zitten in —, overladen zijn met —, verzonken zijn in —, tot over zijn hoofd in (iets) zitten enz.
Schuermans (1865-1870).
Vergoord zijn in schulden (vol schulden steken, frans être abîmé de dettes), De Bo (1873).
Vergoord zijn in 't werk (overlast zijn van werk, frans être surchargé d'ouvrage), De Bo (1873).

Voorbeelden

De courgetten groeien zodanig goed dit jaar, we zitten vergoord in de courgetten.

"Ik ben d'r / ik heb mij d'r vergoord in gegeten." (Denderstreek)

Toegevoegd door patrickaugustus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 08 Dec 2023 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025