Definitie

lett. of fig. ergens hoog boven uitsteken

SN infinitief = uittorenen: ik toren uit, ... hij torent uit, ... wij torenen uit..., zij torenen uit

VL: infinitief: uittoren: ik toren uit, ... wij toren uit, ... zij toren uit

Voorbeelden

worldoftravel.be: De aaneenschakeling van monumenten is buitengewoon: ze toren hoog boven de drukte van het dagelijks leven uit en maken dit een ongelooflijk boeiende bestemming.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 29 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025