Definitie
  • weg, verdwenen, ervandoor
  • gestolen
    Wordt gebruikt met hulpwerkwoord 'zijn', ook 'schampavie spelen'

Herkomst:

  • Waarschijnlijk van het Spaanse “escampar” (vluchten) of van het soortgelijke Italiaanse “Scampa via !” (scheer je weg).
  • volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal: Ontleend aan een afleiding van Frans escamper, misschien aan escampativos.
  • volgens Van Dale: scham­pa­vie < Spaans escampavia (licht vaar­tuig dat zich ge­mak­ke­lijk kan ver­plaat­sen), van escampar (de wijk ne­men)

vnw:
-schampavie spelen: ervandoor gaan
-schampavie zijn: ervandoor zijn

[wnt]: Alleen in de verbindingen schampavie spelen, zich wegpakken, de plaat poetsen, uitknijpen en schampavie zijn, er van door zijn. In Zuid-Nederland.

Van Dale online: BE: spreek­taal: ver­dwe­nen
scham­pa­vie spe­len: ge­ruis­loos ver­dwij­nen

Typisch Vlaams: schampavie spelen/zijn : Geen Algemeen Nederlands; Gangbaarheid: 2; Vlaamsheid: 4; In Algemeen Nederlands alleen in de weinig gebruikte uitdrukking 'schampavie spelen'. In Belgisch-Nederlands ook 'schampavie zijn'. De uitdrukking vindt haar oorsprong in het Italiaans of Spaans, waar 'scampavia/escampavia' een soort schip was.

zie ook schamplavie

Voorbeelden

Ik ben schampavie, ik ben er van door.

Toen de beklaagde moest verschijnen voor de rechter, speelde hij schampavie.

Mijn auto is schampavie, hij is gestolen.

Het jongentje was hier aan het spelen, maar al met ne keer was hij schampevie. (West-Vlaanderen)

Toegevoegd door a089863 - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 24 Feb 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025