Definitie

Status:Onbekend

(verouderd in Nederland)
knijpen, knellen

West-Vlaanderen: niepen

< Middelnederlands: nipen

vnw:
•knijpen
•knellen, krap zitten van schoenen en kleren

Woordenboek der Nederlandsche Taal ([wnt]): Nevenvorm van knijpen.
Beide woorden waren oorspronkelijk synoniem, maar uiteindelijk ontstond een betekenisverschil tussen het concrete knijpen en het overdrachtelijke nijpen (waarvan de letterlijke betekenis wel bewaard bleef in de samenstelling nijptang).

Van Dale 2016 online: nijpen, ver­ou­derd
knij­pen, m.n. tus­sen vin­ger en duim: iem. in de arm nij­pen
2. BE; niet al­ge­meen knel­len: die schoe­nen nij­pen

DS2015 geen standaardtaal

samenstellingen: toenijpen, dichtnijpen, platnijpen, afnijpen, overnijpen, uitnijpen, samennijpen, bijeennijpen

zie ook schoentje, waar nijpt het ~

Voorbeelden

Hij heeft mij zo genepen dat ik er een blauwe plek aan overhoud.

Die schoenen zijn te klein, ze nijpen aan mijn tenen.

Sinds Trump is de handdruk ook een deel van de internationale politiek: door zijn gast bij het schudden ongeveer plat te nijpen en tegen zijn veston te trekken probeerde de bejaarde zijn status te etaleren. Tot Macron hem door had en terug neep. (Mark Coenen - demorgen.be)

Oppositie nijpt, maar nijpt niet door - De Standaard
Het tekort aan klaslokalen nijpt al een hele tijd. (standaard.be)

Toegevoegd door la_rog - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 15 Oct 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025