Definitie

Status:Onbekend

opvliegend, prikkelbaar, licht geraakt

< van kregel (= Middelnederduits kregel ‘altijd bereid om te vechten’, afl. bij krijgen ‘oorlog voeren’). (A. Weijnen)

ook in Haspengouw

Van Dale 2013 online: gewestelijk

zie ook krikkelorig, beuzeke

Voorbeelden

Da es e krikkel mènneke! Hij is een krikkel manneke.

Heel de nacht niet geslapen van het lawaai. Een mens zou voor minder krikkel worden.

"Naast den dijk in Rilland kwamen we nog ne krikkele zot tegen met den otto die goed doorreed en ons de graskant in jaagde." (polderklievers.be 19 dec. 2016)

Toegevoegd door enigma - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 10 Jun 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025