Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
haan, in kindertaal
< koekeloeren + haan
Woordenboek der Nederlandsche Taal: Koekeloerenhaan:
- benaming voor den haan, vooral in kindertaal.
- Nabootsing van het hanengekraai. In zuidndl. kindertaal.
Vandaar: koekeloerenhanen, kraaien als een haan (De Bo 1873)
Voorbeelden
"Den Koeckeloeren-Haen zagh op zijn mist-hoop treden Een rooden Kalikoet", Vondel (1617)
De koekeloerenhaan heeft mij deze nacht om 3 uur wakker gekukelekuud.
Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025