Definitie

Status:Onbekend

kwakzalver, knoeidokter, prutsdoktoor
vrouwelijk: haagdokteres

Woordenboek der Nederlandsche Taal, bij haag:haagdokter, gewoner nog hagemeester (zie De Bo (1892)): iemand die, zonder diploma, in 't verborgen het ambt van geneesheer uitoefent.

De Bo: Hagemeester, hagedokteur m. Iemand die, zonder diploma, in 't verborgen het ambt van geneesheer uitoefent.

Voorbeelden

[Man], toch, ik had 2 serieuze haagdokteressen van de [huisarstenwachtpost]. Die waren beter [verpleegkundige] geworden ipv dokter.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025