Definitie

Status:Onbekend

Woordenboek der Nederlandsche Taal:
in de gauwte, in de rapte
De hoedanigheid van gauw, hetzij in de eigenlijke opvatting van vlugheid, gezwindheid, of in de overdrachtelijke van behendigheid. In Vlaamsch België meer gebruikelijk dan in Noord-Nederland, waar het schier uitsluitend gebezigd wordt in de
— Zegsw. In de gauwte, inder haast.
— Met de gauwte, gauw, vlug, gezwind. Alleen in Vlaamsch België.

Voorbeelden

Moeten de vuilbakken vandaag niet buitengezet worden? Ik zal dat met de gauwte eens doen se swens dat ik toch de garagepoort dicht moet doen.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 04 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025