Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
Status:Onbekend
Van Dale 2015 online:
nog als eerste lid in een aantal, in schrijftaal, gewestelijke taal en [Belgisch-Nederlands] gewone, maar in de algemene taal weinig of niet meer gebruikte scheidbaar samengestelde overgankelijke en onovergankelijke werkwoorden, die betekenen: door de in het tweede lid genoemde handeling verbinden of verbonden worden of zijn: aaneenbinden, aaneenboeien, aaneenbouwen, aaneenbreien, aaneendraaien, aaneendrukken, aaneenflansen, aaneenfoefelen, aaneenfröbelen, aaneengorden, aaneengrenzen, … aaneenklitten, …
zie ook aaneen; aaneenbreien, aaneenflansen, aaneengrenzen, aaneengroeien, aaneenhangen, aaneenklitten, aaneenkoeken, aaneenkoppelen, aaneenlassen, aaneenlijmen, aaneennaaien, aaneennagelen, aaneenpinnen, aaneenplakken, aaneenpraten, [aaneensmeden], [aaneenvoegen]
opm: aaneenrijgen (ook fig.), aaneenschakelen zijn blijkbaar wel SN
Voorbeelden
cm.be: Ethanol zou de goede cholesterol verhogen en het aaneenklitten van de bloedplaatjes beletten waardoor de kans op een trombose daalt.
Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 01 Nov 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025