notelaar

de ~ (m.), -s of ~laren
Definitie

Status:Onbekend

notenboom, ook het hout van de notenboom

vnw:
•notenboom
•notenhout

Van Dale 2013 online: somt bij -aar (niet algemeen) een reeks op: appelaar, kerselaar, mispelaar, perelaar, pruimelaar, rozelaar
Van Dale 2013 online: (notenhout) Belgisch-Nederlands

zie ook verzamellemma groenten en fruit

Juglans regia Walnoot 'Buccaneer'

Voorbeelden

Een notelaar naast de mesthoop zou de vliegen verjagen.

Rondom de notelaren op het gazon bevinden zich het woonhuis, de twee schuren en een cichorei-ast (standaard.be)

De notelaars, ze nijgen. Vol zilver en vol goud;. Ze zwichten en ze zwijgen. Ze worden stilaan oud. (De notelaars - René de Clercq)

De beste raspen nu met een notelaren heft, voor een extra stoer en degelijk uiterlijk gecombineerd met de gekende Microplane-topkwaliteit. (culina.be)

Toegevoegd door haloewie - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 24 Sep 2025 Laatst bijgewerkt op 08 Feb 2026