Definitie

Status:Onbekend

exploitant, manager
eigenaar

In Belgisch-Nederlands is uitbater neutraal, in Nederland wordt het alleen gebruikt om een ironiserend of soortgelijk effect teweeg te brengen. (vrt taal.net)

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Uitbater, exploitant; ook: eigenaar. Alleen in Vlaams-België.

[Typisch-Vlaams]: Belgisch-Nederlandse Standaardtaal; Gangbaarheid: 7; Vlaamsheid: 4

zie ook uitbaatster, uitbater, de kleine ~, uitbaten

Voorbeelden

De rol van de zaaluitbater als actor bij het ontwikkelen van een feest- en fuifbeleid is in het verleden misschien wel verwaarloosd.

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 10 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025