Definitie

uitnodigen, nodigen, inviteren

lokale uitspr.: "neië" (met uitstoting van d tussen twee klinkers), vgl. ook nuën

Voorbeelden

Ich bèn nie geneid op h'nen trouw, zooë ze nog altijd lêstig zin op mich?
(Ik ben niet uitgenodigd op hun bruiloft, zouden zij nog altijd kwaad zijn op mij?)

Ne geneide maog nen ongeneide mètbrènge!
(vaak scherts., een genodigde mag een ongenodigde meebrengen)

andere betekenis van noden

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 02 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025