Terug naar vorige pagina
Definitie

Status:Onbekend

uitgaan, gaan drinken

vnw: op de lappen gaan/zijn: aan de zwier gaan

Van Dale 2013 online: Belgisch-Nederlands, informeel
DS2015 standaardtaal

vergelijk: Woordenboek der Nederlandsche Taal:
Drank of spijs in zijn lijf enz. lappen, — (naar) binnen lappen, naar binnen slaan, gulzig gebruiken; ook wel zonder ongunstige bijgedachte voor: drinken, eten.
lappen: drinken, ook uitlappen: ”Een glas bier uitlappen”, De Bo (1873)
zie lapzak
Lappen, ”de herbergen afloopen in stede van te werken” (Joos (1900-1904), Cornelissen-Vervl.)

Voorbeelden

Elke vrijdagavond ging zatte Pierre steevast op de lappen met zijn maten.

Hij is heel de nacht op de lappen geweest.

Toegevoegd door la_rog - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 25 Jul 2023 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025