Definitie

Status:Onbekend

  • trede van een trap
  • sport van een ladder

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Elk van de onderling op gelijke hoogte terugwijkend boven elkaar gelegen vlakken waarlangs men naar een hooger punt kan opklimmen, resp. naar beneden afdalen; trede. Niet meer algemeen gebruikelijk, het meest wellicht nog als verkleinwoord.

Voorbeelden

Pas op bomma, er is nog één trappeke!

"Na zijn middageten legt mama Bram in zijn beddeke. Als ze naar beneden gaat slaat ze haar voet om op het laatste trappeke. Daar ligt mama ..."bloggen.be 16 sep. 2007)

Het onderste trapke van de leer is kapot.

Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 12 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025