eclair

Zelfstandig naamwoord m., ~s
Definitie

Status:Standaard Belgisch-Nederlands

langwerpig met pudding gevuld gebak bestreken met chocolat of mokka

NL: geglaceerde roomsoes

diminutief: eclairke(s) (eeklerrekes)

< Frans éclair

Eclairs with chocolate icing at Cafe Blue Hills
Eclairs met chocolade

Voorbeelden

's Zondags na de pistolets nog een eclairke met een taske koffe als toetje, meer moet dat niet zijn.

Een eclair met citroencrème, aardbeienmousse of tiramisu: alles kan en mag tijdens "de week van de eclair" (vrt.be)

Gerelateerde Woorden
Bronnen & Referenties
Typisch Vlaams (Ludo Permentier en Rik Schutz)

Belgisch-Nederlandse Standaardtaal: Gangbaarheid: 2; Vlaamsheid: 3

Van Dale

1995: in België

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 08 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026