Definitie

Status:Onbekend

gewoonte, gebruik

Van Dale 2014 online: Belgisch-Nederlands
DS2015 standaardtaal

In België is geplogenheid een gangbaar woord voor 'gebruik, gewoonte'. Het is mogelijk een vertaling van het Duitse Gepflogenheit 'gewoonte'. Maar het zou ook in het Nederlands gevormd kunnen zijn op basis van geplogen, het vroegere voltooid deelwoord van plegen 'gewoon zijn (te)'. Het Duitse Gepflogenheit is op dezelfde wijze ontstaan.

vormvariant: geplogendheid, geplogentheid

Voorbeelden

De verdediging onderstreepte dat de jongeman licht autistisch was. ‘Waardoor hij moeilijk de betekenis van de sociale GEPLOGENHEDEN snapt', stelde de raadsman. (Bron: Woordpost van donderdag 27 januari 2011 van Onze Taal)

Met het aantreden van een (centrum)rechtse federale regering lijkt die geplogendheid verleden tijd. (bruzz.be)

Het ISS zal dan weer door zes mensen bewoond zijn, een geplogendheid die vorig jaar met de aankomst van Frank De Winne in zwang kwam. (hln.be)

Het is ondertussen wel echt een geplogenheid om een daguitstap aan onze leden aan te bieden, die ontspannend en tevens ook leerrijk mag zijn. (vtzzonhoven.be)

Toegevoegd door Grytolle - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 29 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025