Definitie

Status:Onbekend

zatheid, dronkenschap

[wnt]: Zattigheid: Het dronken zijn; dronkenschap, zatheid. [Gewestelijk] in Vlaams-België en Brabant.
"Hij kost op zijn beenen nie' staan van zattigheid". Cornelissen-Vervliet (1903)

znwb: Het zat-zijn: zatheid, dronkenschap

Voorbeelden

Hij sloeg van zattigheid met zijne smikkel tegen de korst.

Boete en rijverbod voor agent die van zattigheid uit wagen viel. (nieuwsblad.be)

Ze heeft van pure zattigheid in haar ex-lief zijn bed geplast. (Gent)

Aan het bier te zien, hebben ze goed zitten drinken en toegeslagen uit 'zattigheid'", zegt Eduard, die met lede ogen de rondgestrooide lege flesjes bier tussen de planten moet aanschouwen. (Rotselaar/hln.be)

We vallen van zattigheid op de grond. (Brussel/codex.pk.be)

Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 24 Jan 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025