kerstenkind

zn. o.; ~en
Definitie

Status:Onbekend

Van Dale 1995: (gewestelijk) pasgeboren kind; onervaren jongeling; syn. groentje

zie ook bijzondere meervoudsvorm
pejoratief: kinderachtig iemand

ook: kestekind

Voorbeelden

Dan mag em wel 35 jaar zijn, hij gedraagt zich gelijk een kerstenkind om zijn goesting te krijgen.

Als ge die bende voetballers soms bezig ziet, zijn het nen hoop kerstenkinden bij elkaar.

demorgen.be: Want laten we nu ook weer geen kerstkinderen worden in de politiek.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026