Definitie

thuis, naar huis, langs huis

ook overhuis, zie voorbeelden

Ik vermoed ruimer dan antwerpen, maar ben niet zeker.

Voorbeelden

Hij gaat 's middags over huis eten.

Rita komt seffens terug, ze is efkes over huis iets gaan halen.

Gaan jullie maar al, ik rij over huis om ander kleren aan te trekken en kom dan naar 't restaurant.

In het weekend ga je overhuis zodat je - tenzij uitzonderlijk - zaterdagavond niet op kot slaapt. (opkot.thomasmore.be)

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 14 Jan 2022 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025