Definitie

Struik, groep bladeren, stengels of takken, die aan de grond uit dezelfde wortel of stam spruiten
uitspr. /huist/ of /huirst/

< (1340 ‘kreupelhout, bosje’) ~ hor, horde (vlechtwerk) Van Dale

Voorbeelden

De vogel zit in de huist.

Toegevoegd door Gamba - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 01 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025