Definitie

Status:Onbekend

  1. spetten, spatten, spetteren

  2. maar ook spets: zn. (v. ~en): spat

Voorbeelden
  1. Als ge spek bakt doet ge best ne voorschoot aan tegen het spetsen.

  2. Hij spetst de voetgangers nat met door de plassen te rijden, de flauwe plezante.

  3. Als ge de frieten in de frietpot doet moet ge het scheel er rap opzetten tegen de spetsen.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 09 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025