dokkeutel

lidwoord de of een, mannelijk
Definitie

Status:Onbekend

Dit woord gebruikten wij in ons dialect (nederland, kempen) voor iemand aan te duiden die het niet voor elkaar had gekregen een tamme ekster (bij ons "hannik", nav het min of meer gelijk klinkende geluid dat hij produceert, denk ik) groot te brengen.
Indien ekster dus het loodje legde, dan "scholden" we betreffende persoon uit door hem "unnen dokkeutel" te noemen.

Voorbeelden

Na constatering dat ekster overleden was (en persoon in kwestie dus min of meer gefaald had), zei men dan:
"Ge zet unnen dokkeutel".

Toegevoegd door Kempische Hollander - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 25 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025