Definitie

Status:Onbekend

vork

Woordenboek der Nederlandsche Taal: forket
znw. onz., in sommige streken ook m. en vr.

  1. Tafelvork. In de meeste zuidelijke dialecten.

Van Dale 2017: for­ket
zelfstandig naamwoord • het & de m • for­ket­ten
< 1599 ‘musketvork’ < Frans four­chet­te

  1. (niet al­ge­meen) eet­vork, ta­fel­vork

zie varianten in andere regio's bij verket

Voorbeelden

Breng eens een forket mee voor mij! Ik heb enkel een mes.

Toegevoegd door Gamba - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 18 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025