boeschcammeré

de ~ (m.), -s
Definitie

Status:Onbekend

schommel

< biskoree (Mechelen) en alle varianten erop zouden verbasteringen zijn van bijskoord: een benaming die ook verwijst naar de primitieve schommel die alleen uit een touw bestond. (Woordenboek van de Brabantse dialecten)

zie ook: bies, biezabijs, bijs, bijze, boes, boesjkammeree, ratak, ratek, renne, rennekoker, rietseko, rijtak, sturrel, stuur, suur, toeter, touter, wippentater, zwier

Voorbeelden

"Papa, ik wil op de boeschcammeré."

Toegevoegd door Gamba - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 05 Jun 2021 Laatst bijgewerkt op 09 Feb 2026