geriekt

3e pers. enk. van het werkwoord gerieken
Definitie

Status:Onbekend

ruikt, riekt
"Hij geriekt dat.." (L.P. Boon)

Van Dale 1995: gerieken, gewestelijk: syn. ruiken

uitspraak als "griekt" of "geriekt" met een korte, doffe e.

Deze vorm is m.i. erg in onbruik geraakt, maar bij het lezen herinner ik me andere werkwoorden met een 'r' beginnend die een ge~ prefix krijgen in bepaalde vervoegingen (zeker in het Antwerps):
Hij graait dat... (raden, zie graaien, geraaien, raden);
Hij graapt dat op (oprapen); Groept zo hard nie! (roepen)

(graag aanvullingen en commentaar op deze grammatica)

Voorbeelden

Hij griekt zijn eigen scheten niet.

Die het eerst geriekt, z'n nolleke piept. (gezegde)

Ik geriek uwen asem stinken (Waas Idioticon)

Ge geriekt uwen stal, zeker ? (mijnwegnaarcompostela.wordpress.com)

kgeriek da tot in grimbergen ze (tennisforum.com)

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 27 Aug 2023 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025