Definitie

snodaard, gemenerik

zie ook hapsjaar, abjaar, apsjaar

Voorbeelden

Hij heeft me in 't zak gezet (zak, in ’t ~ zetten), de napjaar.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 03 Jun 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025