Definitie

Status:Onbekend

deksel van een pot, of ander recipiënt, ook van een kachel (stoof)
uitspraak: de h wordt niet aangeblazen: ulle

Woordenboek der Nederlandsche Taal, bij hul:
Middelnederlands hulle. Eene afleiding van den stam van helen.
4. Deksel, in West-Vlaanderen. Zie De Bo (1873);
In enkele spreekwijzen.

  • Er is geen potje of er past een hulleken op, niemand zoo zonderling, of hij vindt wel iemand, die bij hem past (een vriend, eene vrouw).
  • Dat sluit gelijk een hulle op de zee, dat sluit in het geheel niet; dat slaat als een tang op een varken.

zie ook ullegie

Voorbeelden

Zet d'ulle op de soepketel!

andere betekenis van hulle

Toegevoegd door skipper - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 21 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026