sciatique

znw. de ~ (m.), geen mv.
Definitie

ischias

ook: sciatiek (zie voorbeelden)

vnw: sciatiek: jicht, ischias

< Frans la sciatique < Grieks iskhion = heup

zie ook verzamellemma geneeskunde

Voorbeelden

De bomma, ocharme, liep krom van de sciatique.

De meest gehoorde benamingen zijn dan sciatiek, spit of lumbago, echter deze termen zeggen alleen dat er sprake is van pijn in rug- en/of been . (peter-goossens.be)

Ben zelf enkele weken buiten strijd geweest met een sciatiek waarbij ik niet kon zitten of staan. Maar dat is beter nu. (hertogen.be)

Volgens de bovenstaande oude verkoopsbrochure waren de poeders “het meest radicale en gans onschadelijke middel” tegen hoofd- en tandpijn, reumatiek, lumbago, sciatiek, pijnen der maandstonden, vermoeidheid en moedeloosheid. (apotheekmann.be)

Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 08 Mar 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025