afperen

ww., peerde af, afgepeerd
Definitie

afrossen, aftroeven, afranselen, aframmelen, afmotten

Voorbeelden

Onzen buurman peert z'n vrouw altijd af als hij met z'n zatte botte (botten, met zijn zatte ~) thuiskomt.

Toegevoegd door leander11 - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 03 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025