Definitie

Status:Onbekend

zachtjes aantikken

ook in Antwerpen

vgl. tits: tik

Woordenboek der Nederlandsche Taal:
'Modern lemma: titsen
bedr. en onz. zw. ww. Onomatopee. Thans alleen in Zuid-Nederl.
Aanraken, beroeren.
"Een peerd titsen met de zweep" De Bo (1873).
Iets titsen aan of tegen; iets in aanraking brengen met.
"Het klare persel van witte Rhijndruiven …; frisch is zijn aanraking; als men er zijn tong eens tegen titst' ritst de koele fijnheid er van, al tot in het dorstig hart". Timmermans (1923).'

Voorbeelden

Hij was zachtjes met zijn trouwring tegen een glas aan 't titsen om zo een nieuwe te bestellen.

andere betekenis van titsen

Toegevoegd door janwitloof - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 13 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025