Definitie

op iets inhouden, van iets afknijpen, afdingen

Algemeen Nederlands Woordenboek: (vooral) in België: afhalen; afknabbelen; afnemen; weghalen

Typisch Vlaams: Geen Algemeen Nederlands; Gangbaarheid: 2; Vlaamsheid: 5

vnw:
afhouden, inhouden op loon enz.
beknibbelen op, afdingen, afpingelen

Typisch Vlaams: Geen Algemeen Nederlands; Gangbaarheid: 2; Vlaamsheid: 5

ook: afpeuteren

Van Dale 2013 online: Belgisch-Nederlands, niet algemeen

andere betekenis van afpitsen

Voorbeelden

Dat was zogezegd de bodemprijs maar ik heb er nog wat kunnen afpitsen.

"Dan had ik er wellicht nog wel een paar seconden kunnen afpitsen." (lees verder onder de foto). (vrt.be)

De federale regering wil daar zowel in 2023 als in 2024 7,5 miljoen euro van afpitsen. (standaard.be)

Grote principes die eerst worden bevestigd, waarna er kwansuis in een bijzin toch "uitzonderlijk" een paar honderd miljoen wordt afgepitst. (demorgen.be)

Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 06 Nov 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025